home

Schoenmaker blijf bij je leest: de Centrale raad van Beroep begrijpt niets van bruikleen

Door mr Sjoerd Otter - De Centrale raad van Beroep, de hoogste rechter in sociale zekerheid zaken, heeft geoordeeld dat het toegestaan is dat een gemeente een eigen bijdrage oplegt voor bruikleen van een scootmobiel: CRvB 9 oktober 2013 nr. 11/6012 WMONL:CRVB 2013:1984.

De uitspraak is opmerkelijk omdat de Raad het privaatrechtelijke begrip bruikleen uit het Burgerlijk Wetboek blijkbaar niet goed begrijpt. De zaak gaat grotendeels over de wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) maar de Raad spreekt zich in rechtsoverweging 4.4 ook uit over het begrip bruikleen. In dit commentaar belicht ik de wijze hoe de Centrale raad van Beroep bruikleen interpreteert.

De wettekst luidt: "Bruikleening is eene overeenkomst, waarbij de eene partij aan de andere eene zaak om niet ten gebruike geeft", artikel 7A:1777 BW. Het essentiële verschil tussen huur en bruikleen is dat in geval van huur een vergoeding mag worden gevraagd en bruikleen ‘om niet’ (kosteloos) is.

De Centrale raad van Beroep maakt onderscheid tussen een aanspraak op een voorziening en de daadwerkelijke realisering van de aanspraak. Dit onderscheid is niet op de wet gebaseerd en volgt ook niet uit het systeem van de wet.

Als ik de redenering van de Centrale raad van Beroep volg bij de bruikleen van een auto kom ik op de volgende situatie uit. Jan krijgt toestemming om de auto van zijn broer Piet te lenen. Dit is de aanspraak om de auto te mogen gebruiken. Maar als Jan de auto op komt halen om een ritje te maken en daarvoor moet betalen dan is dat volgens de Raad nog steeds lenen, en niet huren. 

De Centrale raad van Beroep motiveert dit als volgt in rechtsoverweging 4.4:

De beroepsgrond van appellant, dat bruikleen ingevolge het BW een verstrekking om niet is en dat daarom geen eigen bijdrage mag worden opgelegd, slaagt ook niet. Bij het besluit van 26 juni 2009 heeft het college aan appellant een aanspraak verleend op een scootmobiel in bruikleen. Deze aanspraak op een voorziening moet worden onderscheiden van de daadwerkelijke realisering van die aanspraak. Het door het college opleggen van een eigen bijdrage bouwt voort op het verkrijgen van die aanspraak en vindt een eigen grondslag in de Wmo en de Verordening. De eigen bijdrage kan dan ook niet worden aangemerkt als een vergoeding voor de bruikleen, op grond waarvan het feitelijk gebruik van de scootmobiel plaatsvindt. De bepaling uit het BW die van toepassing is op de gecontracteerde leverancier staat daarom niet in de weg aan het opleggen van een eigen bijdrage voor de kosten die de gemeente moet maken voor de aan appellant verstrekte scootmobiel.

De Centrale raad van Beroep heeft kennelijk te weinig kennis van het Burgerlijk Wetboek. Rechtsvragen met betrekking tot bruikleen die in een bestuursrechtelijke procedure (zijdelings) aan de orde komen kunnen beter aan de Civiele rechter of de Hoge Raad worden doorverwezen. In geval van het begrip gezamenlijke huishouding is cassatie wel mogelijk bij de Hoge Raad (artikel 80 lid 1 Awb).